Belangrijk nieuws voor automobilisten: de federale regering wil de termijn voor het versturen van processen-verbaal bij snelheidsovertredingen optrekken van 14 naar 30 dagen. Officieel gebeurt dat in naam van de verkeersveiligheid, maar in werkelijkheid komt het omdat de overheid er niet meer in slaagt om alle overtredingen te verwerken. Uiteraard loopt ze zo inkomsten mis. Voor bestuurders dreigt een belangrijke juridische bescherming te verdwijnen.
De cijfers zijn duidelijk: tussen 2015 en 2023 is het aantal verwerkte verkeersinbreuken in België bijna verdubbeld. Het steeg van 4,6 naar 8,4 miljoen per jaar. Die explosie is een logisch gevolg van de toename van automatische radars en trajectcontroles die voortdurend flitsen. Het probleem? Achter die radars zitten ook politiemensen en griffiers die het tempo niet meer kunnen volgen. Daardoor worden processen-verbaal soms niet binnen de wettelijke termijn verstuurd en vallen honderden dossiers weg. Sommige automobilisten ontsnappen dus aan vervolging. Maar dat ziet de regering uiteraard niet graag gebeuren, want zo verdwijnen er inkomsten. Blijkbaar heeft ze een oplossing gevonden: de regels aanpassen in plaats van extra mensen inzetten.
Dat is precies de bedoeling van het wetsvoorstel dat gezamenlijk werd ingediend door minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) en minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (MR). Hun tekst wil de termijn waarbinnen de politie een kopie van het proces-verbaal naar de overtreder moet sturen, verlengen van 14 naar 30 dagen. Het voorstel wordt momenteel in het parlement besproken, al is er nog geen startdatum bepaald.
Geen detail, maar een bescherming
Om te begrijpen wat er op het spel staat, moet je terug naar de betekenis van die termijn van 14 dagen. Die is allesbehalve administratief. De zogenaamde ‘geheugentermijn’ is verankerd in de algemene principes van het strafrecht. Concreet: na twee weken kan de houder van een nummerplaat zich redelijkerwijs niet meer herinneren of hij op dat specifieke moment zelf achter het stuur zat.
Bij overtredingen die via een automatische radar vastgesteld worden zonder dat het voertuig tegengehouden wordt, laat de wet een uitzondering toe: men mag ervan uitgaan dat de nummerplaathouder de bestuurder is. Maar die veronderstelling is alleen wettelijk geldig als het proces-verbaal binnen de 14 dagen wordt verstuurd. Na die termijn heeft zelfs het Hof van Cassatie bevestigd dat die veronderstelling wegvalt. Het parket kan dan niet meer achterhalen wie reed en vrijspraak wordt onvermijdelijk.
